
Al mijn werk maak ik op de draaischijf. Het liefst draai ik vaas- en komvormen die vaak als vanzelf ontstaan onder mijn handen.
Nadat de vormen zijn gedraaid, laat ik ze drogen tot ‘leerhard’ en begint het proces van afdraaien. Hierna bewerk ik vaak delen van mijn werkstukken met witte of gekleurde engobes en porseleinslib. Ik gebruik vaak de ‘carving’techniek en werk graag met een ringeloor. Daarna laat ik ze drogen tot ze voor de eerste keer ‘biscuit’ kunnen worden gestookt.
Na deze eerste stook kan ik de vormen voorzien van een glazuur. Voor de kleuren en decoraties laat ik mij inspireren door landschappen.
De glazuren stel ik zelf samen. Als de glazuurlaag is aangebracht, wordt het werk, afhankelijk van de soort klei, gestookt op aardewerk- of steengoedtemperatuur.
Hoe een werkstuk uiteindelijk uit de oven komt, is altijd een verrassing!
Mijn keramiek maak ik vooral in opdracht en af en toe is mijn werk te zien bij een expositie. Ik gebruik verschillende kleisoorten en restklei verwerk ik om te hergebruiken.
Een paar keer per jaar laat ik mijn werk stoken in een zoutoven. De combinatie van klei, zout en glazuur geeft prachtige resultaten.


